Spaanse les tijdens de busrit

In de groepsreis door Ecuador zit een spectaculaire busrit. Vanuit de stad Cuenca rijd je door El Cajas Nationaal Park naar 4000 meter hoogte. Vanaf daar daal je af naar de kust waar je in een totaal ander klimaat terecht komt. Chauffeur Marco kan deze route dromen en gebruikt de rit om mijn Spaans te verbeteren.

Nieuwe Spaanse woorden

Terwijl we El Cajas naderen, kijk ik in mijn notitieboekje. Daarin heb ik alle nieuwe Spaanse woorden genoteerd die ik deze reis heb geleerd. Cenicero – asbak, almohada – kussen, toalla – handdoek, demorado – vertraagd, propina – fooi, tarjeta prepago – prepaid beltegoed en albahaca – basilicum. Allemaal groepsreis gerelateerde woorden.

Concurso de bañar

Chauffeur Marco zit ondertussen te draaien op z’n stoel, een teken dat hij zich verveelt. ‘Aan welke sporten neemt Nederland deel bij de Olympische Spelen?’ vraagt hij, duidelijk in voor een gesprek. Ik begrijp hem niet direct en word op het verkeerde been gezet door het gebruik van het woord ‘deportista’. Niets deporteren, het betekent sportman. Ik vertel dat we meedoen aan concurso de bañar en krijg een vragende blik. ‘Si, concurso de bañar!’ zeg ik en maak ondertussen zwembewegingen. Achter het stuur zit Marco te schuddebuiken van het lachen. Ik had ‘nadar’ moeten gebruiken in plaats van ‘bañar’. Nu heb ik gezegd dat we meedoen aan de Olympische Sport badderen…

Enkele of dubbele medeklinker

Het gesprek gaat door, Marco geeft aan dat hij aan mijn uitspraak niet kan horen of ik ‘pero’ (maar) of ‘perro’ (hond) zeg.

Marco: ‘Pero spreek je uit als pero en perro spreek je uit als perro, logisch.’
Elvira: ‘Ik hoor het verschil niet. Was het eerste woord dat je zei nu pero of perro? Of zei je eerst perro en toen pero?’
‘Nee, ik zei eerst pero en toen perro.’
‘Het klinkt alsof je twee keer hetzelfde zegt, ik hoor niet of je eerst pero of perro zegt. Dus ik weet nog steeds niet hoe pero klinkt en hoe je perro herkent.’
‘Het is hetzelfde als vario en varrio.’
‘Vario en varrio?’ Ik hoor geen verschil, hoe schrijf je dat?’
‘V-a-r-i-o en v-a-r-r-i-o, vario en varrio.’
‘Varrio ken ik niet, ik ken wel barrio, maar dat is vast wat anders.’
‘Varrio is een deel van een stad en je spreekt het uit als varrio. Varrio! Dus 2x een r. En geen vario, want dat is maar met 1x een r. Vario.’
‘Varrio met een v? In Chili schrijven ze het met een b. Bedoelen we hetzelfde?’
‘Natuurlijk! Je schrijft het ook met een b, barrio, maar in klank is er geen verschil tussen een v en een b. Dus gebruiken we het door elkaar.’
‘Je brengt me in de war! Hou alsjeblieft de officiële spelling aan, ik heb al moeite genoeg met het achterhalen van klank en betekenis, als je nu ook nog eens aan de vorm gaat prutsen!’

Ammehoela

Zo praten we een half uur vol totdat ik op een bepaald moment met een hopeloos gebaar ‘Ammehoela!’ tegen hem roep. Hij weet het haarfijn te reproduceren, met een enorme uithaal. ‘Ammehoeoeoela!’ roept hij vanachter het stuur. ‘Wat betekent het?’ vraagt Marco. Ik zucht, m’n hoofd zit nog vol van de hele discussie over peros en perros, varios en varrios. ‘Vraag dat maar aan een van de gasten,’ zeg ik. Hij durft het niet.